Het belang van woordkeuze voor gewenst gedrag in coronatijd.

Na een maandenlange periode van lockdownmaatregelen als reactie op de uitbraak van het coronavirus, proberen we stapje voor stapje ons ‘normale’ leven weer op te pakken. Daarbij is het belangrijk om ons op een bepaalde manier te blijven gedragen, zo lang er geen vaccin is tegen het coronavirus. U weet het inmiddels wel: anderhalve meter afstand houden, vaak en goed uw handen wassen, mondkapjes dragen in het openbaar vervoer.

Maar wat nu als uit een test blijkt dat u het coronavirus al hebt gehad en dat u, in ieder geval voor een bepaalde periode, immuun bent voor het virus? Geeft dat u een vrijbrief om de gewenste gedragsregels niet meer op te volgen? Wij begrijpen die verleiding, maar toch hebben overheden en gezondheidsinstanties liever niet dat u dit doet. Waarom niet? Onder andere vanwege de volgende redenen:

  • De betrouwbaarheid van de tests is niet optimaal. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een test tot een vals negatief resultaat leidt. U denkt dat u het coronavirus al heeft gehad, maar dat is niet zo. Of misschien in een heel lichte mate, waardoor u kans blijft houden besmet te raken.
  • Het is nog onduidelijk hoe lang u, als u al besmet bent geweest met het coronavirus, immuun bent voor een nieuwe besmetting. Wellicht loopt u het virus binnen een bepaalde tijd opnieuw op en draagt u zo bij aan de verdere verspreiding ervan.
  • Ook al hebt u het coronavirus gehad en bent u voor bepaalde tijd immuun, u kunt nog steeds bijdragen aan het verspreiden van het virus als u niet voldoende uw handen wast. Als u bijvoorbeeld een boodschappenkarretje aanraakt met het coronavirus en vervolgens een deurklink bij u thuis. Dan kunt via die deurklink, indirect, anderen leden uit uw gezin alsnog besmetten.

Kortom, genoeg redenen om u aan de door de overheid en het RIVM opgelegde gedragsregels te blijven houden, ook als uit een test blijkt dat u het coronavirus al hebt gehad.

Overheden en gezondheidsinstanties wereldwijd zoeken dan ook naar manieren om te stimuleren dat burgers die positief zijn getest op corona ook daarna nog anderhalve meter afstand houden, hun handen vaak en goed wassen en mondkapjes dragen in het openbaar vervoer.

Een eerste moment waarop overheden en gezondheidsinstanties de kans kunnen verhogen dat mensen dit ook daadwerkelijk doen, is het moment waarop zij de resultaten van de test aan mensen bekend maken.

Uit onderzoek van het Britse Behavioural Insights Team (BIT) blijkt dat het voor de kans dat mensen zich aan de gedragsregels blijven houden, uitmaakt welke woorden je gebruikt bij het communiceren van een positieve testuitslag.

Uit hun online experiment, waaraan 6149 Britse volwassenen deelnamen, bleek dat het in de communicatie over de testuitslag belangrijk is om niet het woord ‘immuniteit’ te gebruiken, maar bijvoorbeeld aan te geven dat antilichamen tegen het virus zijn aangetroffen. Het percentage mensen dat minder bereidwillig was om zich aan de gedragsregels te houden, was bij mensen die in het online experiment geconfronteerd werden met de boodschap dat zij immuun zijn voor het virus namelijk aanzienlijk hoger dan bij de mensen die met de boodschap werden geconfronteerd dat in de test antilichamen tegen het virus waren aangetroffen.

Ook is het belangrijk om rondom een testuitslag niet te spreken over bijvoorbeeld een coronapaspoort of coronacertificaat, aangezien ook dit de kans verhoogt dat mensen denken dat ze immuun zijn voor het virus, ze zijn immers voor ‘een test geslaagd’, en zij zich minder strikt aan de gedragsregels blijven houden. Met alle risico’s van dien. Het advies is om het beestje gewoon bij de naam te noemen: ‘testuitslag’ of ‘resultaat’.

Kortom, uit deze actuele case blijkt maar weer eens dat woordkeuze van belang is bij het stimuleren van gewenst gedrag. Het is zeer relevant om te onderzoeken met welke woordkeuze u het beste uw doelgroep kunt aanspreken. Zowel als u gedrag wilt stimuleren ter bevordering van de volksgezondheid, maar natuurlijk ook bij iedere andere vorm van gedrag dat uw organisatie voordeel oplevert.

Jochem Alsemgeest MSc, augustus 2020